SLEUTEL 1

INTENTIE

Open je werkboek op pagina 4 en 5. Geef concreet antwoord op de drie vragen:

Waarom doe ik deze workshop?

Wat kan mij motiveren om door te zetten?

Wat kan mij verleiden om op te geven?

Als je je afstemt op jouw intentie, probeer dan het gevoel op te wekken dat je er de rest van je leven mee verbonden blijft. Zie dat wat jij wilt manifesteren als een vast onderdeel van wie je bent. We streven immers niet naar een eenmalige prestatie, want als 't goed is wil je ook na deze workshop op een natuurlijke manier blijven doorgaan met manifesteren. Bovendien moet de intentie uit jou komen en een doel is per definitie iets buiten jezelf. Denk in deze fase dus niet in doelen maar in patronen. Om een voorbeeld te geven: 'een cursus Spaans doen' klinkt heel anders dan 'communiceren met Spaanstalige mensen'. Het een is een doel, het ander een patroon. Doelen zijn afgebakend en laten weinig ruimte over voor extra groei. Patronen doen dat wel. Je kunt ze eindeloos herhalen en ze scheppen talloze mogelijkheden. 

Als je opschrijft wat jou kan motiveren of afleiden tijdens de workshop, kijk dan eens terug op je verleden. Herken je situaties waarin je keer op keer werd opgetild, dan wel afgeremd? Schrijf alles op wat je te binnen schiet en denk niet te veel na. De eerste ingevingen zijn bijna altijd juist.

Meer voorbeelden van doelen versus patronen:

     Doel: een wereldreis maken

     Patroon: reizen over de hele wereld

     Doel: een abonnement op de sportschool nemen

     Patroon: wekelijks aan lichaamsbeweging doen

     Doel: een boek schrijven

     Patroon: mijn gedachten en emoties in woorden uitdrukken

     Doel: een onderneming starten

     Patroon: denken en handelen als een leider

{terug naar boven}